Selecteer een pagina

Koude oorlog

Mijn oom vertelt. Ik zit aan zijn keukentafel in Hawthorne, New Jersey en volg hem al een paar uur geduldig op zijn zwerftocht door zijn herinneringen. Ik heb de tijd. De meeste verhalen heb ik vaker gehoord, maar deze, over een collega, is nieuw.
‘Ik heb veertien jaar met een Rus gewerkt. In de jaren vijftig en zestig. Een plezierige vent, al kan ik niet zeggen dat hij een vriend was. In al die jaren ben ik maar één keer bij hem thuis geweest, kort voordat hij terugging.
Geen Rus ging in die tijd terug naar de Sovjet Unie. Hij wel. Hij moest wel, want zijn vrouw kreeg meer en meer heimwee naar haar land en haar familie. Ze was er zuur en cynisch van geworden. Een felle communist op den duur, constantly bad-mouthing America. Daar maak je geen vrienden mee, ze waren dan ook erg op elkaar aangewezen.

Zijn probleem was dat hij niet zonder zijn vrouw kon, want als het aan hem lag was hij gebleven. Eerlijk gezegd was hij bang voor haar. Dat bekende hij de laatste keer dat ik hem sprak, in een kroeg in Paterson. Niet eerder had ik hem dronken gezien. Hij zei dat hij bang dat zijn vrouw van hem af wilde als ze eenmaal terug waren. Ze hadden hier vaak ruzie over politiek en hij sloot niet uit, heethoofdig als ze was, dat ze daar dan naar de autoriteiten zou stappen.
Zodra hij terug in Rusland was zou hij me schrijven, zei hij. Hij wilde graag contact houden. Mocht hij inderdaad daar in moeilijkheden geraken, zou hij me dat laten weten door in een brief een speciale zin te gebruiken. Als een geheime code, begrijp je? Iets over een trompet, herinner ik me.
Hij ging terug en — well, ik heb nooit meer wat van hem gehoord.
Ik vraag me soms af … Zijn vrouw, ze was er gek genoeg voor.’

Het onteerde uitzicht

Ik klim de steile trap op naar wat lang geleden mijn slaapkamer was. Voorzichtig trek ik het rolgordijn omhoog. De slaapkamer ligt boven de werkplaats van een inmiddels overleden architect, in het midden van een enorm huis in Jersey City, aan de rand van een steile klif. Beneden mij Hoboken. Vóór mij de skyline van Manhattan.
Zo’n vier jaar lang heb ik iedere avond in bed naar het indrukwekkende uitzicht liggen staren. Ik ben gekomen om het op video vast te leggen. Alleen mis ik nu de torens van de World Trade Center.

Mijn vroegere hospita is te oud om de steile trap te beklimmen en wacht beneden op mij. Ze was op de ochtend van de elfde september bezig de was op het balkon op te hangen toen ze het eerste dodelijke vliegtuig hoorde aankomen. Opgeschrikt door het lawaai van de glijvlucht keek ze om en zag nog net hoe het toestel zich in de eerste toren boorde. Onder het vertellen zag ik de oorspronkelijke afschuw over de openbarstende vuurwond terug op haar gezicht. Iedere keer dat ze over die dag praat, ruikt ze weer de scherpe geur van de wolken stof en as die toen over de Hudson dreven en in haar wasgoed drongen. Lakens, slopen en handdoeken, ze heeft die later nog een keer gewassen. En uiteindelijk maar weggegooid.

Ik film niet. Mijn vroegere uitzicht is onteerd. Ooit is de waanzin binnengevlogen en die houdt sindsdien aan.