Selecteer een pagina

Ik klim de steile trap op naar wat lang geleden mijn slaapkamer was. Voorzichtig trek ik het rolgordijn omhoog. De slaapkamer ligt boven de werkplaats van een inmiddels overleden architect, in het midden van een enorm huis in Jersey City, aan de rand van een steile klif. Beneden mij Hoboken. Vóór mij de skyline van Manhattan.
Zo’n vier jaar lang heb ik iedere avond in bed naar het indrukwekkende uitzicht liggen staren. Ik ben gekomen om het op video vast te leggen. Alleen mis ik nu de torens van de World Trade Center.

Mijn vroegere hospita is te oud om de steile trap te beklimmen en wacht beneden op mij. Ze was op de ochtend van de elfde september bezig de was op het balkon op te hangen toen ze het eerste dodelijke vliegtuig hoorde aankomen. Opgeschrikt door het lawaai van de glijvlucht keek ze om en zag nog net hoe het toestel zich in de eerste toren boorde. Onder het vertellen zag ik de oorspronkelijke afschuw over de openbarstende vuurwond terug op haar gezicht. Iedere keer dat ze over die dag praat, ruikt ze weer de scherpe geur van de wolken stof en as die toen over de Hudson dreven en in haar wasgoed drongen. Lakens, slopen en handdoeken, ze heeft die later nog een keer gewassen. En uiteindelijk maar weggegooid.

Ik film niet. Mijn vroegere uitzicht is onteerd. Ooit is de waanzin binnengevlogen en die houdt sindsdien aan.