Verschijningsjaar 2026
Aantal bladzijden: 192
ISBN-nummer:9789044661415
Zinderingen
Marnix, columnist en tv-persoonlijkheid, is op de vlucht geslagen na een publiek schandaal rond compromitterende foto’s. De vele aantijgingen en valse suggesties hebben hem naar Schotland gedreven. En er is iemand die hem op duistere wijze belaagt.
Op een afgelegen weggetje raakt hij gewond bij een auto-ongeluk. Hij wordt opgevangen door Sibyl in haar huis op een heuvel. Tijdens zijn herstel raakt hij ingesloten door herinneringen, angsten, en door een geheim dat als een schaduw over alles hangt. Daarnaast dringen de zorgen om zijn tweelingbroer zich steeds dwingender op.
Ook Sibyl heeft haar littekens. Tussen wantrouwen en toenadering ontstaat een kwetsbaar evenwicht. Door Marnix’ aanwezigheid begint ze te twijfelen aan haar eigen zorgvuldig bewaakte grenzen.
Zinderingen is een roman over reputatie en schuld, over de verwoestende kracht van trial by media, en hoe mensen nader tot zichzelf en tot elkaar kunnen komen, juist wanneer hun levens tijdelijk zijn ontregeld.
Voorpublicatie Zinderingen
In de media
Quotes en recensies
Recensie Friesch Dagblad, Arie Kok, 17 juni 2026
Met scherpe contrasten roept Robert Haasnoot universele vragen op
De in Katwijk geboren auteur Robert Haasnoot (1961) schreef met Zinderingen zijn negende roman. Een compact verhaal over publieke veroordeling en wat er kan opbloeien als levens ontregeld raken.
Een oude Citroën SM raast door de Schotse heuvels. Het kenteken is Nederlands, achter het stuur zit Marnix Clonck. Hij heeft lang gereisd en is vermoeid. De oude man die ineens midden op de weg verschijnt, weet hij maar net te vermijden maar hij kan niet voorkomen dat zijn auto crasht. De vrouw die zich – als hij weer bijkomt – over hem ontfermt, woont even verderop. Ze heet Sibyl. Met enige aarzeling, je weet maar nooit met wie je van doen hebt, neemt ze hem voorlopig in huis.
‘De maan zeilde tussen grauw wolkengruis door. In het water van de Firth of Lorn lagen de vertrouwde bulten van Luing, Scarba en Jura, schurkend tegen de horizon aan.’ Sibyl is paleontoloog, met een kennersblik beziet ze het Schotse landschap. Ze heeft een zoon, zijn vader is al lang geleden uit haar leven verdwenen. Het was een ‘moetje’ als gevolg van een wilde nacht, ze vond het al heel wat dat de man nog probeerde met haar iets op te bouwen. Naar een nieuwe man heeft ze nooit echt verlangd, ze redt zich prima alleen op het Schotse platteland. Haar blik volgt de razende auto op de weg even verderop.
