De meeste schrijvers zijn doodsbang dat je het niet begrijpt. Dus leggen ze uit. En dan zetten ze er voor de zekerheid nog een beschrijving bij van hoe de hoofdpersoon zich voelt, voor het geval je het gemist had. Een schrijver als Clair Keegan doet het anders. Die tóónt slechts — een man die ’s morgens vroeg de schuur ingaat, de kou op het plaveisel, de manier waarop iemand zwijgt — en laat jou de rest invullen.
Ze doet dat in al haar boeken. Foster, de novelle over een meisje dat een zomer bij vreemden doorbrengt, zegt in honderd pagina’s meer dan de meeste romans in driehonderd. Haar zinnen zijn sober, maar nooit schraal. Ze fluistert. En fluisterend eist ze je volle aandacht op.Haar terughoudendheid sorteert meer effect dan bloemrijke, wijdlopige beschrijvingen van gedachten en impressies. Elke zin uitgekleed tot op het bot.
“He felt the sadness of things.”
Vijf woorden. En toch.
Het enige nadeel van Claire Keegan is dat je een paar dagen later — vanmiddag — een lijvige, prijswinnende roman op schoot neemt en en na tien pagina’s denkt: had dit niet in vijf zinnen gekund?
Ja, dat had het.
’