Verschijningsjaar 2025
Aantal bladzijden: 160
ISBN-nummer: 9789492241887

  Uitzaaien

In juni 2022 werd bij Robert Haasnoot vierde stadium longkanker vastgesteld. Er volgde een lange periode van chemo- en immunotherapie waarin hij zich voorbereidde op het definitieve afscheid van zijn kinderen, zijn geliefden, zijn leven. Openhartig en vaak humorvol beschrijft Haasnoot zijn ervaringen met zijn ziekte: de medische behandelingen, de reacties van zijn omgeving, de confrontatie met zijn mogelijke dood –  maar ook met de toenemende hoop op genezing.

Uitzaaien schreef hij in grote bevlogenheid, in slechts drie weken tijd. Hem was kort daarvoor meegedeeld dat hij dankzij een goede respons op de kuren en bestralingen zich moest richten op een langere tijd van leven. 

 

Interviews

Interview Nederlands Dagblad, 21 november 2025

Interview RTL Nieuws, 27 november 2025

Interview TV West met dochter Sasha, 24 november 2025

Interview website LUMC en Longkanker.nl, november 2025

In de media

Quotes

 

RECENSIE TZUM 
Guus Bauer 19 november 2025

 

Van modder goud maken

Wereldnummers worden op een bierviltje geschreven, het beste werk in een opwelling gemaakt. Ja, het schrijven kan een moeizaam proces zijn van constant heroverwegen. De twijfel staat nu eenmaal aan de basis van creativiteit, als het goed is. Maar soms komt iets ‘als vanzelf’, als een laatste, allerbelangrijkste oprisping, een rechtzetting, een ongefilterde (zelf)analyse. Een werk dat niets anders kan zijn dan eerlijk tot op het bot, niets ontziend daar waar nodig.

Het boek Uitzaaien van Robert Haasnoot zou je een memoir kunnen noemen, een autobiografische roman, maar het is eerder een dergelijk wereldnummer, een essentieel werk, een song direct uit het hart. Het heeft verder geen kwalificatie nodig.

In aardse zinnen verhaalt Haasnoot over wanhoop en hoop, over Leven eigenlijk, met een hoofdletter. In juni 2022 werd bij de schrijver longkanker vastgesteld in het laatste stadium. Geen tijd meer voor tierlantijnen. Gelijk komt een regel uit een nummer van Frederick Knight boven, gezongen door Leonard Cohen: ‘I don’t give a damn about the truth, baby. Except for the naked truth. Just be for real, won’t you, baby.’

Eerlijker en naakter dan in Uitzaaien kun je eigenlijk niet schrijven. De lucide dromen, troostrijk omdat er overleden dierbaren in voorkomen die je ‘opwachten’, die je lastig kunt delen op een afdeling radiologie, maar natuurlijk wel op papier, dat geluk geduldiger is.

Haasnoot, een verstokte roker, voelt zich ‘op voorhand schuldig wanneer hij een spreekkamer binnengaat, bang voor ontmaskering’. En dat is juist wat hij in dit boek doet. Geen maskers meer nodig. Geen zelfbedrog meer, alle verzet kan gestaakt worden, een bevrijdende nederlaag kan worden ingezet want de röntgenmachine en de PET-scanner liegen niet. De eenzaamheid is in elk tekstblok voelbaar, de onmacht om overweg te kunnen met het verdriet van nabestaanden eveneens. Gelukkig is daar de geruststellende boodschap van de droom.

Het is een bezielde tekst die in drie weken tijd op papier is gezet, geen tijd te verliezen zeg maar, uitgaande van een naderend einde. Correcties niet nodig, zo blijkt uit de epiloog, behalve een enkele kleine aanpassing, een toevoeging. Dit is wat het is. En het is goed. Het is beklemmend goed, verhelderend, bewonderenswaardig, vrij van gelamenteer. Je zou het een ‘stoer’ boek kunnen noemen, lucide, fijnzinnig geestig, al ademt het ook meer dan genoeg kwetsbaarheid.

Van modder goud maken. Het lijkt me dat dat vlot kan gaan. De scènes hoef je niet te verzinnen, een kwestie van goed selecteren. De personages zijn van vlees en bloed, en het ongewisse verloop van de ziekte zorgt voor een spannend ontwikkeling. Makkelijk. Terwijl het schrijven mij doorgaans moeilijk afgaat. Normaliter is elke alinea een stukje terreinwinst, waarbij ik scherp en devoot moet luisteren naar het verhaal dat verteld wordt.

Haasnoot is in Uitzaaien een ware alchemist, maakt inderdaad van de zwartste smurrie goud. Het is niet dat je de dood omarmt, maar je bent er min of meer klaar voor, murw geslagen ook door de behandelingen. En dan blijken uiteindelijk de therapieën wonderwel goed aan te slaan. ‘De dood waar ik me op voorbereidde, had me in de steek gelaten, en wat moest ik aan met de tijd die mij onverwachts gegund werd?’ Hoe overleef je het overleven. Lusteloosheid ligt op de loer. De bekende reactie op een langdurige ziekte. ‘Deze woorden zijn te mooi, ik vertrouw ze niet.’ Een gepast gezicht voor de dierbaren, maar er blijft iets van ongeloof achter, van wantrouwen in het eigen lijf, mede ingegeven door het eufemistische taalgebruik van de medische wereld. ‘Genezing is niet uitgesloten.’

Maanden vecht je voor verlenging, denkt bij elk moment, bij kerst bijvoorbeeld, dat het de laatste keer is. En dan moet je ineens toch weer verder. Komt na het hemelhoog juichen over de extra tijd ook het dagelijks leven weer om de hoek kijken. Hoe vul je dat in? Is het allemaal wel waar. Een dergelijke positief verloop is beslist niet vanzelfsprekend, eerder zeldzaam.

Haasnoot is begrijpelijkerwijs een dankbaar mens, die zijn tijd langzamerhand gelukkigerwijs weer kan invullen met werk aan de in Uitzaaien genoemde roman in wording. Hopelijk houdt hij daarbij de gedrevenheid, de helderheid, het geladen karakter van Uitzaaien vast. ‘Je moet ook voorgoed afscheid nemen van jezelf,’ heeft hij voor de ziekte in de beoogde roman door een personage laten zeggen. Hopelijk kan Robert Haasnoot zich nog veel langer zelf citeren.

Guus Bauer

Recensie NRC Handelsblad, 9 januari 2026

Het is niet minder dan een klein wonder dat Robert Haasnoot (1961) erin geslaagd is om van Uitzaaien een volledig boek te maken, in plaats van een handjevol pagina’s. In het autobiografische werk krijgt hij namelijk al op de eerste pagina’s te horen dat hij ernstig ziek is en dat de kans groot is dat hij snel zal overlijden: longkanker, stadium vier. Hij schuift de romans waar hij aan werkte aan de kant en begint onmiddellijk over zijn ziekte te rapporteren. Waar collega Sander Kollaard het onderwerp enkele jaren terug in Stadium IV (2015) nog in fictie behandelde, daar is het Haasnoot bittere ernst waar haast bij geboden is.

Haasnoot, die in het verleden mooie fictie schreef die zich vooral in en rondom Katwijk afspeelde, heeft Amerikaanse wortels maar treedt de kwade tijding met een Hollandse nuchterheid tegemoet. In plaats van emotioneel te worden schiet hij in een contemplatieve modus en dwalen zijn gedachten op het lieflijke af naar zijn jeugd in de VS en naar wat andere kunstenaars allemaal over ziekte en de dood te zeggen hadden.

Die reflex komt aanvankelijk op de lezer over als een soort muur van intellect, van een doodsbericht – hoe toepasselijk – het hoofd te willen bieden in plaats van het tot het hart te laten doordringen. De tranen komen op den duur wel, maar alsnog beheerst en met mate; Haasnoot weet zich ook al snel met zijn lot te verzoenen. En als een volstrekte verrassing komt de ziekte ook niet, want hij heeft gedurende zijn leven flink wat sigaretten gerookt. Waar hij gewoon mee doorgaat, want als hij in het ziekenhuis wordt behandeld, glipt hij af en toe naar buiten om het op een paffen te zetten. Of op een „dampen”, zoals hij een of andere nieuwe manier van roken noemt. Denk aan het nummer Smokers Outside The Hospital Doors van de Editors nu we toch aan het associëren zijn.

Maar een rotziekte kan vreemde sprongen maken. Eerst speelt het verstoppertje en menen de artsen dat Haasnoot toch geen kanker heeft maar slechts een longontsteking. Daarna, als het toch echt kanker blijkt te zijn, slaan de behandelingen verrassend goed aan en dient de schrijver zich weer tot het leven te richten in plaats van een levenseinde. Voor de duidelijkheid: het is inmiddels drieënhalf jaar geleden dat Haasnoots ziekte werd geconstateerd en hij leeft nog steeds. 

Licht en levenslustig

Uitzaaien is een bijzonder boek. Het heeft niets van de grimmigheid die je met een terminale ziekte in verband brengt en is eerder licht en levenslustig dan zwaarmoedig of berouwvol (dat roken). Haasnoot fietst door de duinen, spreekt af met familie en vrienden en slaagt erin om woorden te vinden voor de gelatenheid die bezit van hem neemt. Het ziekenhuis zet hij op zeker moment zelfs neer als een soort voorbode van de hemel. „Nee, hier zal niemand me iets verwijten. Hier wordt voor me gezorgd en over me gewaakt. Elke hartslag en ademtocht wordt geregistreerd. Nu ik eenmaal ontmaskerd ben door een röntgenapparaat en een PET-scanner kan ik alle zelfbedrog laten varen, alle verzet staken en het genot van een bevrijdende nederlaag ondergaan.”

Je zou kunnen zeggen: verstrek dit boek aan iedereen die terminaal ziek is. En misschien zijn intimi van die patiënten er nog wel meer bij gebaat. Want doodziek zijn, dat blijkt heel anders in elkaar te kunnen steken dan je zou verwachten. 

Louter mooie recensies op Hebban